achteloosheid

vrouwelijk (de)/ɑxtə'loshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebrek aan aandacht voor mogelijke problemen
    De achteloosheid waarmee ze hierover praat is zorgelijk. Zo te horen heeft ze haar waardigheid volledig opgegeven om te bereiken wat ze wilde worden: actrice.

Etymologie

*Afgeleid van achteloos .

Vertalingen

Engelscarelessness, unconcern, negligence
Fransdésinvolture, insouciance
DuitsUnachtsamkeit, Nachlässigkeit
Spaansdescuido, negligencia
Italiaansnoncuranza
Zweedsansvarslös