achterdocht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑxtərdɔxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- twijfel aan de oprechte intentieMet enige achterdocht betaalden we de boete.Chantal wilde antwoorden. Iets aardigs zeggen. Mooie woorden waarmee een periode van achterdocht en onbegrip afgesloten kon worden.
Etymologie
*Afgeleid van het verouderde werkwoord achterdenken
Vertalingen
Spaansrecelo
Italiaanssospetto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek