aangelegenheid

vrouwelijk (de)/ˈaŋɣəˌleɣə(n)hɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaak, kwestie
    Een dergelijke aangelegenheid bracht haar in een toestand van gespannenheid die, ten aanzien van de kwestie zelf, buiten alle proporties was.
    Het afscheid van de gestorven graaf is officieel een privéaangelegenheid. Maar een rouwstoet met vijfhonderd genodigden die van de Grote Kerk in het centrum van Almelo naar het mausoleum op het grafelijke landgoed ten oosten van de stad wandelt is ook een publieke aangelegenheid.
  2. belang

Etymologie

*Afgeleid van aangelegen

Vertalingen

Engelsaffair
Fransaffaire
DuitsAngelegenheit
Spaansparticular, asunto, cosa
Deensanliggende