aangaande

/aŋˈɣandə/

Betekenis

voorzetsel
  1. betreffende
    Er is mij aangaande die zaak niets opmerkelijks bekend.
    Met kwesties aangaande de staatsinrichting houdt hij zich niet bezig: met de vraag of koninkrijken beter af zijn met erfopvolging dan wel een gekozen vorst, of monarchieën gemengd, gematigd dan wel absoluut zouden moeten zijn.
    Naar aanleiding van ons gesprek afgelopen vrijdag, vroeg ik me af of je me op de hoogte zou willen houden van je vorderingen aangaande Leo Sampson.

Etymologie

*: "aangaand" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelsanent
Spaanspor lo que toca a, por lo tocante a, respecto de
Deenshvad angår