aangaan
/ˈaŋɣan/
Wat is de betekenis van aangaan?
aangaan betekent: (inerg) betreffen, van belang zijn
Betekenis
werkwoord
- (inerg) betreffen, van belang zijn
- (erga) ingeschakeld worden
- (ov) in een zaak, relatie of gesprek betrokken worden
- iets ondernemen
Voorbeelden van "aangaan" in een zin
- Dat gaat hem zeker aan.
- Het gaat niemand wat aan hoeveel ik verdien.
- Beslissingen die de kinderen aangingen, werden dan ook steevast gezamenlijk aan hen gemeld en uitgelegd.
- Het licht ging ineens aan.
- Oscar kwam overeind, rekte zich uit en deed een paar rompoefeningen om de stijfheid kwijt te raken, alsof hijzelf ook de strijd aan zou moeten gaan.
Etymologie
*[1],[3]
Vertalingen
Engelsconcern
Duitsangehen, betreffen
Spaansincumbir, concernir
Italiaansconcernere
Deensangå
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek