achterkamertjespolitiek

vrouwelijk (de)/ˈɑxtərˌkamərcəsˌpoliˌtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief, politiek (pejoratief) (politiek) besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
    Gaspolitiek was achterkamertjespolitiek. Zo wilden de overheid, Shell, de voorloper van ExxonMobil en de NAM dat in 1963 toen zij de handen ineen sloegen. Het Dagblad van het Noorden onthulde deze week hun geheime contract voor de oprichting van de Maatschap Groningen. Artikel 2 van het contract luidt: „De maatschap treedt niet naar buiten op.”
    De Amsterdamse kerngroep diende een motie in om het beleid, „achterkamertjespolitiek", zeiden de Amsterdammers, te verwerpen.
    De coördinatie van het monetaire beleid van de slanglanden komt tot stand in frequent informeel overleg, zoals het heet. Wij noemen dit "achterkamertjes-politiek".

Etymologie

* , aangetroffen vanaf 1975, gepopulariseerd door vertegenwoordigers van de voormalige partij Politieke Partij Radikalen (PPR) (zie de vindplaatsen hieronder)

Vertalingen

Engelsbackroom politics
Franspolitique d'antichambre, politique menée en coulisses
DuitsHinterzimmerpolitik, Politik im Hinterzimmer
Spaanspolítica entre bastidores, política de trastienda
Italiaanspolitica sottobanco