achterstand

/ˈɑxtərˌstɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verschil tussen de huidige en de gewenste stand
    Na de plaspauze stond de wielrenner op 2 minuten achterstand t.o.v. het kopgroepje.
    Na zijn ziekte had hij een behoorlijke achterstand met zijn werk.
    Omdat ik de afgelopen zeven jaar schematisch gezien een behoorlijke achterstand heb opgelopen, ben ik vandaag weer begonnen.

Vertalingen

Spaansatraso, retraso