aanhangen

/ˈanhaŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) hangend blijven vastzitten
    Er hing een druppel aan.
  2. ov (ov) hangend bevestigen
    Er werd een merkteken aangehangen.
  3. ov (ov) toegedaan zijn
    Hij hing de gedachte aan dat Obama niet in de Verenigde Staten geboren was.

Uitdrukkingen

  • met aanhangend water kokenkoken zonder extra water toe te voegen