acuut
/aˈkyt/
Wat is de betekenis van acuut?
acuut betekent: plots ontstaan, op korte termijn verlopend, meestal ook spoedeisend ingrijpen vereisend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- plots ontstaan, op korte termijn verlopend, meestal ook spoedeisend ingrijpen vereisend
- direct
Voorbeelden van "acuut" in een zin
- Gelukkig werd de man met een acute blindedarmontsteking snel geholpen, want hij verging van de pijn.
- Je moet acuut deze brief posten, want anders kun je ontslagen worden.
Etymologie
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plotseling opkomend (van ziekte)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Vertalingen
Arabischحاد
Deensakut
Duitsakut
Engelsacute
eoakuta
fiakuutti
Fransaigu
heרציני
hiतीव्र
husúlyos
Italiaansacuto
Koreaans격렬하다
laacutus
noakutt
faشديد
srакутан
slakuten
Spaansagudo
cygwyllt
Zweedsakut
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek