ademen
/ˈadəmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (biologie) de voor het leven nodige lucht inzuigen en weer uitdrijvenAls je niet goed kunt ademen ben je benauwd.Je kunt via de neus of via de mond ademen.Eenmaal in de gang, leunde ze tegen de muur en ademde zwaar.
- (ov) inademenMensen met astma ademen meer lucht.
- (inerg), (textiel) genoeg verse lucht krijgen (m.n. van kledingstukken)De stof van de kleding moet kunnen ademen.
Etymologie
*Afgeleid van adem
Vertalingen
Engelsbreathe
Fransrespirer
Duitsatmen
Spaansrespirar
Italiaansrespirare
Portugeesrespirar
Japans呼吸する
Poolsoddychać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek