ademhaling

vrouwelijk (de)/ˈadəmˌhɑlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) uitwisseling van gassen door levende wezens
  2. het in- en uitademen
    Zelfs het hoogteverschil kon ik duidelijk aan mijn ademhaling merken
    Ik voelde mezelf op- en neergaan op het ritme van zijn ademhaling.

Etymologie

* van ademhalen

Vertalingen

Engelsbreathing, respiration
Fransrespiration
DuitsAtmung
Spaansrespiración
Italiaansrespirazione
Portugeesrespiração
Poolsoddychanie
Zweedsandhämtning
Deensåndedræt