admiraal

mannelijk (de)/ˌɑtmiˈral/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, beroep (militair) (beroep) opperbevelhebber van een oorlogsvloot

Etymologie

*via "amiral" van "أَمِير اَلبَحْر" (amīr al-baḥr), in de betekenis van ‘opperbevelhebber van oorlogsvloot’ voor het eerst aangetroffen in 1492

Vertalingen

Engelsadmiral
Fransamiral
DuitsAdmiral
Spaansalmirante
Italiaansammiraglio
Poolsadmirał