adoptiedochter

vrouwelijk (de)/aˈdɔpsiˌdɔxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijk kind dat men aanneemt als een eigen kind
    Nu is ze een dorpelinge met haar eigen bedrijfje en een adoptiedochter, en Gote een vriend met een ruimte-innemend proces.