adreskaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/a'drɛskart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaartje waarop de naam, adres, telefoonnummer en emailadres van iemand staan vermeld
    Na de koffie met gebak kleurt het strand voor Club Nautique rood en wit van de ballonnen. Om kwart voor twaalf laten de senioren ze de lucht in gaan. Er zit een adreskaart aan met het vriendelijke verzoek aan de vinder een kaartje naar de afzender te sturen. Sommige ballonnen komen niet hoog genoeg en belanden al snel in de golven, de rest waait weg naar een onbekende bestemming.

Vertalingen

Engelsaddress card, visiting card, business card