adresseren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- een adres ter verzending op een poststuk aanbrengenDe brief was verkeerd geadresseerd.Ten slotte adresseerde ik de dozen aan mezelf, stuurde ze vooruit en zou ze de komende weken op verschillende plekken ophalen langs de trail.
- (informatica) het adres in een computergeheugen benaderen voor het lezen of opslaan van gegevensDe 16-bit adresbus van de eerste generatie personal computers kon 65.536 geheugenlocaties adresseren.
Etymologie
*Afgeleid van het Franse adresser .
Vertalingen
Engelsaddress
Fransadresser, adresser
Spaansdirigir, dirigir
Deensadressere, adressere
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek