afbonken
/ˈɑvbɔŋkə(n)/
Wat is de betekenis van afbonken?
afbonken betekent: met veel lawaai naar beneden gaan
Betekenis
werkwoord
- met veel lawaai naar beneden gaan
- bij turfsteken de bovenste, onbruikbare veenlaag afsteken
Voorbeelden van "afbonken" in een zin
- Bakker ziet wat voorbijkomen: “Zes Russen voor een party-weekend, een stel uit Berlijn dat dol was op house-muziek. Midden in de nacht stofzuigen, rondstampen, schuiven met meubels. Roken mag binnen niet dus hup, met z’n allen weer de trap afbonken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek