afbouw
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) het tot voltooiing afbouwen van een bouwwerk
- geleidelijke beëindiging als functie van tijd of een andere parameterIn dit intakegesprek worden uw problemen geïnventariseerd en wordt er met u gesproken over uw motivatie voor de afbouw van uw medicatieDe dubbele heffingskorting voor kostwinners wordt in 15 jaarlijkse stappen afgebouwd.De algemene heffingskorting wordt, als functie van het inkomen in box 1, in de tweede en derde schijf afgebouwd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek