afbouwen

/ˈɑvbɑuwə(n)/

Wat is de betekenis van afbouwen?

afbouwen betekent: zorgen dat je de bouw van iets voltooit en dus het bouwen stopt

Betekenis

werkwoord
  1. zorgen dat je de bouw van iets voltooit en dus het bouwen stopt
  2. verminderen totdat iets weg is, ergens geleidelijk mee stoppen

Voorbeelden van "afbouwen" in een zin

  • De Rotterdamse babyboomers zijn opgegroeid en bejaard geworden in een stad die nooit leek af te komen. Maar nu lijkt de wederopbouw toch ten einde te zijn gekomen komen en zijn we aan de afbouw begonnen. Dit jaar werd onder de titel Rotterdam viert de stad 75 jaar van wederopbouw herdacht en gevierd. Om het feest luister bij te zetten werd tegen de gevel van het Groothandelsgebouw een trap van steigerstaal en hout gebouwd. Heerlijk toch. Na driekwart eeuw van klimmen en klauteren door de wederopbouwstad nog één keer de trap der trappen op en af.
  • De Energieagenda schetst het afbouwen van het gasverbruik in huishoudens, de overgang naar elektrisch rijden en tal van andere maatregele {{sic!|maatregelen

Betekenis en uitleg van afbouwen

Afbouwen betekent het geleidelijk verminderen of stoppen van iets, zoals een activiteit of een bepaalde inname. Het kan bijvoorbeeld gaan om het afbouwen van medicatie of het verminderen van werkuren, waarbij je op een gecontroleerde manier naar een eindpunt toe werkt.

Dit woord wordt vaak gebruikt in de context van gezondheid en welzijn, zoals bij het afbouwen van medicijnen of therapieën. Het is belangrijk om dit zorgvuldig te doen, zodat je lichaam of geest zich kan aanpassen aan de veranderingen. Afbouwen kan ook betrekking hebben op het verminderen van stress of verplichtingen, en het helpt om een gezonde balans te vinden.

Voorbeelden

  • Na maanden van intensieve training besloot hij zijn trainingsschema af te bouwen om overbelasting te voorkomen.
  • Zij moet haar medicatie langzaam afbouwen om bijwerkingen te minimaliseren.
  • Na zijn pensioen begon hij zijn werkuren af te bouwen zodat hij meer tijd voor zijn hobby's had.

Woordoorsprong

Het woord 'afbouwen' is samengesteld uit 'af' en 'bouwen', wat letterlijk betekent dat je iets dat opgebouwd is, weer afbreekt of vermindert.

Veelgestelde vragen over afbouwen

Wat is de betekenis van afbouwen?

afbouwen betekent: zorgen dat je de bouw van iets voltooit en dus het bouwen stopt

Hoeveel betekenissen heeft afbouwen?

afbouwen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van afbouwen?

Synoniemen van afbouwen zijn: voltooien, afronden, verminderen, stoppen, beëindigen.

Hoe gebruik je afbouwen in een zin?

Voorbeeld: “De Rotterdamse babyboomers zijn opgegroeid en bejaard geworden in een stad die nooit leek af te komen. Maar nu lijkt de wederopbouw toch ten einde te zijn gekomen komen en zijn we aan de afbouw begonnen. Dit jaar werd onder de titel Rotterdam viert de stad 75 jaar van wederopbouw herdacht en gevierd. Om het feest luister bij te zetten werd tegen de gevel van het Groothandelsgebouw een trap van steigerstaal en hout gebouwd. Heerlijk toch. Na driekwart eeuw van klimmen en klauteren door de wederopbouwstad nog één keer de trap der trappen op en af.

Etymologie

**[2] leenvertaling van "abbauen"