afbreekbaarheid
vrouwelijk (de)/ɑv'breɡbarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kunnen breken van een molecuul in kleinere atomen of moleculenHij is in principe behoorlijk giftig, maar ook vrij snel afgebroken vergeleken met de klassieke, dikke, donkere olie. Natuurlijk is het slecht. Het zou een drama zijn als daar alles doodgaat, maar de kans daarop acht ik relatief klein, gegeven de vluchtigheid en de afbreekbaarheid van de stof.Het is de eerste keer dat de Europese waakhond een stof aanwijst als ‘zeer zorgwekkende stof’ vanwege de risico’s die ontstaan door de niet-afbreekbaarheid en snelle verspreiding in het milieu
Etymologie
* afleiding van afbreekbaar
Vertalingen
DuitsAbbaubarkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek