afbraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfbrak/

Wat is de betekenis van afbraak?

afbraak betekent: de actie van iets af te breken, het slopen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de actie van iets af te breken, het slopen
  2. scheikunde (scheikunde) de ontbinding van een scheikundige stof in kleinere bestanddelen

Voorbeelden van "afbraak" in een zin

  • Bij de afbraak van de kerk werd een oude crypte ontdekt.
  • De afbraak van alcohol gebeurt voornamelijk in de lever.

Etymologie

* van afbreken

Vertalingen

Engelsdemolition, decomposition, catabolism
Spaansdemolición
Italiaansdemolizione
Poolsrozpad