afbrengen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iemand laten stoppen met wat hij denkt
    Hij werd door een goed tegenvoorbeeld van zijn vooroordeel afgebracht.
    Zij had haar plan getrokken en liet zich daar niet van afbrengen.
  2. leveren van een prestatie
    'Ik breng het er niet best van af, hè? ' 'Je doet het prima, joh.'

Uitdrukkingen

  • het ergens levend afbrengeniets overleven