afbuigen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van richting veranderen
    De laserbundel werd bij binnentreden van de vloeistof enige graden afgebogen.
    Goed voor de spijsvertering, zoals mijn oma altijd zei. ’Ze volgden het pad dat naar rechts afboog.
    Na jarenlange discussie hakte de provincie eind vorig jaar de knoop door: de rondweg om Zenderen komt langs de A1/A35 te liggen, buigt dan af bij knooppunt Azelo, om vervolgens de Haar-es bij Bornerbroek te doorsnijden. Kosten: ruim 50 miljoen euro.

Vertalingen

Engelsturn
Franstourner
Duitsabbiegen
Spaanstorcer