afdak
onzijdig (het)/ˈɑvdɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een schuin van een gebouw uitstekend stuk dak dat beschutting verleent aan de buitenmuurHet gaat regenen; laten we even onder het afdakje gaan staan.
Etymologie
* van het Duits abdach
Vertalingen
Spaanscobertizo
Italiaanstettoia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek