afdoend

/ˈavdunt/

Betekenis

werkwoord
  1. toereikend om het probleem op te lossen
    Er is geen afdoend middel tegen het verschijnsel.
    Op 22 februari meldde het OM niet tot vervolging van tabaksproducenten over te gaan. Roken is weliswaar dodelijk, en het ontwerp van de sigaret draagt daaraan bij, stelde het OM in een verklaring, maar de producenten blijven binnen de strikte regels die gelden voor het produceren van sigaretten. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de roker, de verplichte waarschuwingen op de verpakkingen („roken is dodelijk”) zijn daarvoor afdoende. Daarom maakt een strafzaak weinig kans.NRC Sander Voormolen 2 maart 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/02/waarom-rokers-wel-willen-stoppen-maar-er-niet-in-slagen-a1594252 Waarom rokers wel willen stoppen maar er niet in slagen ]
    Uiteindelijk kwam die klap toen men er van doordrongen raakte dat alle interne reorganisaties niet afdoende waren.

Etymologie

*afdoen met de uitgang -d

Vertalingen

Spaanseficaz
Italiaansefficace