affiliëren

/ˌɑfiliˈjerə(n)/

Wat is de betekenis van affiliëren?

affiliëren betekent: (refl) zich affiliëren aansluiten bij

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich affiliëren aansluiten bij
  2. religie (religie) (rooms-katholiek) als onderdeel aansluiten bij een orde
  3. refl, figuurlijk (refl) zich affiliëren (figuurlijk) dezelfde opvattingen laten zien, verwantschap tonen
  4. intr (intr) lid of zelfstandig onderdeel zijn van
  5. deel gaan uitmaken van een samenwerkingsverband van een academisch ziekenhuis en een niet-academisch ziekenhuis
  6. intr, figuurlijk (intr) (figuurlijk) geestverwant zijn van
  7. ov (ov) met betrekking tot personen als lid opnemen
  8. (vrijmetselarij) een vrijmetselaar uit een andere loge als lid in een loge opnemen[http://www.dbnl.org/tekst/_alg008alge01_01/_alg008alge01_01_0001.php?q=geaffilieerdhl1 "Affiliatie" in: Algemeen wijsgeerig, geschiedkundig en biographisch woordenboek voor vrijmetselaren. Deel 1. (1844) W. de Grebber, Amsterdam]; p. 6; geraadpleegd 2016-09-17
  9. religie (religie) (rooms-katholiek) opnemen in een klooster of orde als deelgenoot met de daaraan verbonden rechten
  10. verouderd (verouderd) als kind in de familie opnemen, adopteren
  11. verouderd, figuurlijk (verouderd) (figuurlijk) als eigen voortbrengsel aanvaarden
  12. ov (ov) met betrekking tot organisaties als zelfstandig onderdeel in een groter geheel opnemen
  13. bedrijfskunde (bedrijfskunde) in een groep ondernemingen samenvoegen
  14. (vrijmetselarij) als loge gaan horen bij een ander grootoosten of een andere grotere loge dan oorspronkelijk[http://www.dbnl.org/tekst/_alg008alge01_01/_alg008alge01_01_0001.php?q=geaffilieerdhl1 "Affiliatie" in: Algemeen wijsgeerig, geschiedkundig en biographisch woordenboek voor vrijmetselaren. Deel 1. (1844) W. de Grebber, Amsterdam]; p. 6; geraadpleegd 2016-09-17
  15. religie (religie) (rooms-katholiek) als onderdeel opnemen in een orde

Voorbeelden van "affiliëren" in een zin

  • Een vraag die in de sociale psychologie veelvuldig naar voren komt is met wie wij ons als mens graag affiliëren.
  • In 1493 affilieerde het naburige zusterhuis Mariengarden te Schüttorf zich met het zusterhuis Mariënwold te Frenswegen.
  • Daarnaast affiliëren veel extreemrechtse groepen zich met het nazisme (…).
  • Die belangrijke beslissing zette tal van broeders van andere werkplaatsen tot affiliëren aan.
  • Veel van die ziekenhuizen zeggen onder druk van de specialisten: nee, niet affiliëren met een academisch ziekenhuis hoor.

Etymologie

*afgeleid van het Franse affilier () [https://fr.wiktionary.org/wiki/affilier Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsaffiliate
Fransaffilier
Duitsaffiliieren
Spaansafiliar, prohijar
Italiaansaffiliare
Poolsafiliować