Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

affricaat

mannelijk/vrouwelijk (de)/หŒษ‘friหˆkat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een combinatie van twee medeklinkers, waarvan de eerste een plosief is en de tweede een homorgane wrijfklank
    De meest voorkomende affricaten zijn /pf/, /ts/, /kch/ en /dz/.

Etymologie

*afgeleid van Affrica

Vertalingen

Engelsaffricate
Fransaffriquรฉe
DuitsAffrikate