afgezien

/ˈɑfxəˌzin/

Betekenis

voorzetsel
  1. buiten beschouwing latend
    Wat wilt u op haar grafsteen zetten, afgezien van haar naam en de data?' Nella sluit haar ogen en roept het beeld op van Maren in haar lange zwarte jurk.
    De dag daarna verliep redelijk rustig, afgezien van enkele telefoontjes.
    Afgezien van een enkele vechtpartij deden zich nergens grote problemen voor.

Etymologie

* , op te vatten als

Vertalingen

Engelsbesides
Fransà part ça
Duitsabgesehen von
Spaansaparte de