afglijden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) door glijden van iets afdalenHij was op zijn sleetje van het dijkje afgegleden.
- niet tot iemand doordringen; niet door iemand begrepen wordenDat kwam doordat vrijwel alles wat de dokter had gezegd langs haar was afgegleden en ze van de medicijnen niets begreep.
- iets niet laten doordringenVind je het gek dat je telkens uitgeput bent?' Ik laat haar woorden van me afglijden en concentreer me op het water. Het liefst goot ik het over mijn hoofd uit. Te veel hitte. Te veel conflict. Te veel van alles.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek