afglijden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) door glijden van iets afdalen
    Hij was op zijn sleetje van het dijkje afgegleden.
  2. niet tot iemand doordringen; niet door iemand begrepen worden
    Dat kwam doordat vrijwel alles wat de dokter had gezegd langs haar was afgegleden en ze van de medicijnen niets begreep.
  3. iets niet laten doordringen
    Vind je het gek dat je telkens uitgeput bent?' Ik laat haar woorden van me afglijden en concentreer me op het water. Het liefst goot ik het over mijn hoofd uit. Te veel hitte. Te veel conflict. Te veel van alles.