afkalven

/ˈɑfkɑlvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt
    De kade is door de golfslag aardig afgekalfd en moet nodig hersteld worden.
  2. inerg (inerg) (bij een koe) bevallen van een jong

Etymologie

**[1] in de betekenis van ‘afbrokkelen (van aarden wanden)’ aangetroffen vanaf 1578

Vertalingen

Engelscalve, calve-in