afkomst
vrouwelijk (de)/ˈɑfkɔmst/
Wat is de betekenis van afkomst?
afkomst betekent: de familie waarvan je afstamt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de familie waarvan je afstamt
- de plaats waar je vandaan komt
Voorbeelden van "afkomst" in een zin
- Die jongen heeft een goede afkomst, maar is toch gaan stelen.
- Hij is van adellijke afkomst.
- Ingeborgs vader, baron Von Freital, geloofde niet in de liefde, maar des te meer in geld en afkomst, en vooral in de gunstige combinatie van die grootheden.
- De afkomst van de inbrekers was onbekend.
- "Er is sprake van institutioneel racisme als de processen, het beleid en de (geschreven en ongeschreven) regels van instituten leiden tot discriminatie van groepen mensen op grond van etniciteit, afkomst, of huidskleur", legt het College voor de Rechten van de Mens uit.
Etymologie
* van afkomen
Vertalingen
DuitsHerkunft, origin
Spaansorigen
Italiaansorigine
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek