afkooksel

onzijdig (het)/'ɑfkoksəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vloeistof waarin de oplosbare stoffen uit een vaste stof zijn opgelost door koken

Etymologie

* van afkoken

Uitdrukkingen

  • een flauw afkookseliets dat heel slap is in vergelijking met het origineel

Vertalingen

Engelsextract, decoction
Franstisane, infusion