afkooksel
onzijdig (het)/'ɑfkoksəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vloeistof waarin de oplosbare stoffen uit een vaste stof zijn opgelost door koken
Etymologie
* van afkoken
Uitdrukkingen
- een flauw afkooksel — iets dat heel slap is in vergelijking met het origineel
Vertalingen
Engelsextract, decoction
Franstisane, infusion
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek