aftreksel

onzijdig (het)/ˈɑftrɛksəɫ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vloeistof waarin men de oplosbare delen van iets heeft laten oplossen
  2. een zwakke vorm van iets
    Chantal probeerde een glimlach te produceren. Het werd een flauw aftreksel, aangezien andere emoties nog vrij spel hadden.

Etymologie

* van aftrekken

Vertalingen

Engelsextract
Fransinfusion
DuitsAufguss
Spaansextracto
Italiaansinfusione