aftrainen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. langzamerhand minder gaan trainen zodat het lichaam zich op een gezonde manier kan aanpassen aan minder fysieke inspanning
    Hij fietst nog wel. Beetje aftrainen. Het NK tegenwindfietsen van 20 november had hij heus gewonnen als de wind niet in het voordeel van zijn tegenstanders was gaan waaien. „Ik reed me helemaal leeg. Normaal is dat genoeg. Zo goed ben ik nog wel”.NRC Dennis Meinema 22 december 2016
  2. gewicht verliezen door trainen
    Zijn huid stond strak gespannen om zijn jukbeenderen, waardoor zijn wangen ineens ingevallen leken. Het gezicht van een afgetrainde man.