aftrap
mannelijk (de)/ˈɑftrɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voetbal) de eerste trap vanuit de middencirkel bij het begin van speeltijd van een voetbalwedstrijdNederland nam de aftrap.
- het begin of de start van ietsHet doorknippen van het lint was de aftrap van de feestweek.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelskickoff
Fransengagement
DuitsAnstoß
Spaanssaque inicial
Italiaanscalcio d'inizio
Portugeespontapé de saída
Poolsrozpoczęcie meczu, rozpoczęcie spotkania
Zweedsavspark
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek