aftrap

mannelijk (de)/ˈɑftrɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voetbal (voetbal) de eerste trap vanuit de middencirkel bij het begin van speeltijd van een voetbalwedstrijd
    Nederland nam de aftrap.
  2. het begin of de start van iets
    Het doorknippen van het lint was de aftrap van de feestweek.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelskickoff
Fransengagement
DuitsAnstoß
Spaanssaque inicial
Italiaanscalcio d'inizio
Portugeespontapé de saída
Poolsrozpoczęcie meczu, rozpoczęcie spotkania
Zweedsavspark