aflopen

/ˈɑflopə(n)/

Wat is de betekenis van aflopen?

aflopen betekent: (erga) eindigen, verstrijken

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) eindigen, verstrijken
  2. absol (absol) hellen [1]
  3. erga (erga) het klinken van een alarmsignaal
  4. door veelvuldig lopen verslijten of doen loslaten
  5. een ruimte of uitgestrektheid in alle richtingen doorlopen
  6. iets of iemand lopend naderen

Voorbeelden van "aflopen" in een zin

  • De termijn van deze overeenkomst loopt morgen af.
  • Deze vloer loopt een beetje af.
  • De wekker liep af, maar hij sliep er dwars doorheen.

Vertalingen

Engelsend, end up, finish
Fransfinir, terminer
Duitsabfallen
Spaansterminarse, caducar, bajar
Italiaansfinire