afmarteling
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men een mens of dier geheel heeft uitgeput
- de keer dat men een mens of dier zodanig pijnigt dat ze geheel zijn uitgeput
Etymologie
*afleiding van (nomact) van afmartelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek