afpulken

Betekenis

werkwoord
  1. iets met de vingers verwijderen
    Niet ieder is geroepen hetgeen ie nam, als een leesbaar geheel weer terug te geven. Sommigen geven niets terug; ze laten zich zelf rijker maken, - aan kennis die tegelijk zelfkennis is -, en zijn als zodanig al heel ‘dankbare’ leerlingen, ‘betere’ in elk geval dan die alles langs hun koude kleren laten aflopen of, meer plichtmatig, het opgedrongene gedwee op hun huid laten vastplakken, om het er later weer even gedwee door examinatoren te laten afpulken. De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21(1927) Ph.J. Simons [https://www.dbnl.org/tekst/_taa008192701_01/_taa008192701_01_0034.php Over nieuwere taalstudie en -onderwijs, met een toepassing op het hoofdakteexamen.]
    Het bloed was gestold. Louis kon het er met zijn nagel als een korstje afpulken. (1969)– [tijdschrift] Gids, De Lodewijk-Henri Wiener [https://www.dbnl.org/tekst/_gid001196901_01/_gid001196901_01_0110.php [p. 233] De vogelman]