afritsbroek

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfrɪtsbruk/

Wat is de betekenis van afritsbroek?

afritsbroek betekent: (kleding) broek die men korter kan maken door er de pijpen van af te halen met een ritssluiting

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) broek die men korter kan maken door er de pijpen van af te halen met een ritssluiting

Voorbeelden van "afritsbroek" in een zin

  • Ik had vanmorgen even getwijfeld of ik mijn kloeke loopschoenen en afritsbroek vandaag al moest aantrekken terwijl we alleen een stadswandeling gaan maken, maar waarom niet? Het kan bloedheet worden, dan gaat alles gauw schuren.