afromer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets of iemand die de room van de melk afhaaltHet kaartje met de Belgisch-Limburgse benamingen voor de melkafromer (kaart 4) levert drie synoniemen op: afromer (met de varianten romer en ontromer), melkmachien en écrémeuse. J.J. Goossens Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 [https://www.dbnl.org/tekst/_tij003196401_01/_tij003196401_01_0003.php Taalgeografie en moderne naamgeving Een onderzoek naar de benamingen van enkele moderne landbouwbegrippen in het zuidoosten van het Nederlands taalgebied, voornamelijk Belgisch Limburg]
- iets of iemand die het beste ergens vanaf haalt; iemand die de top ergens vanaf haalt"Naast de eigen politici, onze nationale banken, hebben we nu de 'Europese afromers erbij gekregen", schrijft Frans Piekstra uit Dronten. "Die leggen de rekening van eigen falen neer bij het publiek dat er deel nog part in had." De Telegraaf 18 mrt. 2013 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/1125368/wu-zmail-diefstal-toegenomen-ook-op-cyprus WUZmail: Diefstal toegenomen, ook op Cyprus]
Etymologie
* van afromen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek