afscheiden

/xxxx/

Wat is de betekenis van afscheiden?

afscheiden betekent: (ov) afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen
  2. ov (ov) een stof voortbrengen en afgeven aan de omgeving
  3. refl (refl) zich ~: een apart (kerk)genootschap of aparte staat gaan vormen, zich terugtrekken

Voorbeelden van "afscheiden" in een zin

  • De waterige laag werd in een scheitrechter afgescheiden van de olie.
  • Dit feromoon wordt afgescheiden door het wijfje van de mot en zelfs in uiterst kleine hoeveelheden al opgemerkt door het mannetje.
  • De vermoeide vader scheidde zich af toe de kinderen weer aan het ruzie maken waren
  • Deze kerk heeft zich in de vorige eeuw afgescheiden.

Betekenis en uitleg van afscheiden

Afscheiden betekent in wezen het loslaten of scheiden van iets of iemand. Het kan zowel fysiek, zoals het scheiden van twee objecten, als emotioneel, zoals het beëindigen van een relatie, worden gebruikt.

Je gebruikt het woord 'afscheiden' vaak in situaties waarin je iets of iemand moet loslaten, zoals bij een verhuizing, het beëindigen van een vriendschap of zelfs bij het afscheid nemen van een dierbare. Het heeft vaak een emotionele lading, omdat het vaak gepaard gaat met gevoelens van verdriet of melancholie. Daarnaast kan het ook in formele contexten worden gebruikt, zoals het afscheiden van een functie of rol.

Voorbeelden

  • Na jaren van samenwerken was het tijd om afscheid te nemen van mijn collega’s en een nieuwe uitdaging aan te gaan.
  • Het afscheiden van de oude meubels gaf de kamer een frisse uitstraling.
  • Tijdens de ceremonie werd er een emotioneel afscheidswoord gesproken voor de vertrekkende leraar.

Woordoorsprong

Het woord 'afscheiden' is afgeleid van de samenvoeging van 'af' en 'scheiden', wat letterlijk betekent 'weg van elkaar scheiden'. Dit suggereert een proces van loslaten of verwijderen.

Veelgestelde vragen over afscheiden

Wat is de betekenis van afscheiden?

afscheiden betekent: (ov) afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen

Hoeveel betekenissen heeft afscheiden?

afscheiden heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je afscheiden in een zin?

Voorbeeld: “De waterige laag werd in een scheitrechter afgescheiden van de olie.

Etymologie

*van Middelnederlands "afsceiden"; op te vatten als

Vertalingen

Engelssecrete, secede
Duitsabsondern
Spaanssegregar, excretar
Italiaansdisgiungere
Poolsoddzielić