afscheidsrede
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑfsxɛɪtsredə/
Wat is de betekenis van afscheidsrede?
afscheidsrede betekent: de toespraak die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de toespraak die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
- de toespraak die voor iemand gehouden wordt bij zijn of haar vertrek, aftreden of overlijden
Voorbeelden van "afscheidsrede" in een zin
- Het afscheid gaat dinsdag niet ongemerkt voorbij. Het is een van de eerste punten tijdens de gemeenteraadsvergadering. „Op mijn verzoek, zodat mijn drie zoons die in het westen wonen er bij kunnen zijn als ik mijn afscheidsrede houd. Al vertrek ik met pijn in het hart, we maken er ook een feestje van.”
- Deze week nam je afscheid van de stad Utrecht, de Utrechters en de Utrechtenaren. Jouw relatie met ‘roze’ Utrecht was roerig, met mooie en minder mooie momenten. In je afscheidsrede noemde je het wegpesten van het homostel Hans en Ton uit Leidsche Rijn zelfs een persoonlijke nederlaag. Dat waarderen wij. Want daar draait het om: dat Utrecht een stad is waar iedereen zich welkom en veilig voelt!
- Afscheidsrede Arib over Thieme: Soms wat verbeten
- Je bent bijna aan het einde van de afscheidsrede en je Latijn.
Veelgestelde vragen over afscheidsrede
Wat is de betekenis van afscheidsrede?
afscheidsrede betekent: de toespraak die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
Hoeveel betekenissen heeft afscheidsrede?
afscheidsrede heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft afscheidsrede?
afscheidsrede is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van afscheidsrede?
Synoniemen van afscheidsrede zijn: afscheidstoespraak.
Hoe gebruik je afscheidsrede in een zin?
Voorbeeld: “Het afscheid gaat dinsdag niet ongemerkt voorbij. Het is een van de eerste punten tijdens de gemeenteraadsvergadering. „Op mijn verzoek, zodat mijn drie zoons die in het westen wonen er bij kunnen zijn als ik mijn afscheidsrede houd. Al vertrek ik met pijn in het hart, we maken er ook een feestje van.””
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek