afschrift
/af.sχɾɪft/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kopie van een document, gewoonlijk van een transactie of rekeningEr lagen een paar afschriften in de bus, meer niet.
Etymologie
* van afschrijven.
Vertalingen
Engelstranscription
Franstranscription
DuitsAbschrift
Spaanstranscripción
Zweedsavskrift
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek