afschrift

/af.sχɾɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kopie van een document, gewoonlijk van een transactie of rekening
    Er lagen een paar afschriften in de bus, meer niet.

Etymologie

* van afschrijven.

Vertalingen

Engelstranscription
Franstranscription
DuitsAbschrift
Spaanstranscripción
Zweedsavskrift