afserveren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iets of iemand aan de kant zetten; afdoen alsWe zien op tv een weelderige uitstalling op een pittoresk landgoed; Grillmasters is een machoversie van Heel Holland Bakt. Martijn Krabbé presenteert, chefkok Herman den Blijker en Jord Althuizen, wereldkampioen barbecueën, mogen als strenge jury de deelnemers afserveren. Barbecue zoals Nicholas dat doet, verschilt hemelsbreed van wat we op tv zien: „Wat wij doen lijkt meer op paling roken. De hitte van het houtvuur - ik stook op appel- en perenhout uit West-Friesland - wordt indirect langs het vlees geleid, zodat het knapperig van buiten en mals van binnen wordt. Een stuk vlees maken duurt bij ons zo’n zeven tot zestien uur. Bij Nederlandse barbecue - eigenlijk grill - gaat het om zo snel mogelijk een stuk vlees dichtschroeien.”NRC Wilfred Takken 24 juni 2015
- door serveren een wedstrijd winnenNa drie aces had hij zijn tegenstander afgeserveerd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek