afsnijden
/ˈafsnɛidə(n)/
Wat is de betekenis van afsnijden?
afsnijden betekent: (ov) ergens een stuk vanaf halen, bekorten, inkorten
Betekenis
werkwoord
- (ov) ergens een stuk vanaf halen, bekorten, inkorten
- (ov) rakelings langs iemand naar dezelfde weghelft gaan, versperren, blokkeren
- (ov) een afkorting in een traject nemen, een weg bekorten
- (ov) afsluiten, onmogelijk maken
Voorbeelden van "afsnijden" in een zin
- Hij moest eerst het topje van de fles afsnijden voordat hij hem kon gebruiken.
- Ik werd vanmiddag weer afgesneden door zo'n snelle auto.
- De terugtocht van de troepen werd afgesneden
- Door deze weg te nemen, kunnen wij een heel stuk afsnijden
- Vanochtend werd de elektra weer afgesneden
Vertalingen
Duitsabschneiden, schneiden
Spaanscortar, cercenar, amputar
Italiaanstagliare
Poolsodciać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek