afspelen
/ˈɑfspelə(n)/
Wat is de betekenis van afspelen?
afspelen betekent: (ov) opgenomen geluids- of beeldmateriaal opnieuw laten horen of zien
Betekenis
werkwoord
- (ov) opgenomen geluids- of beeldmateriaal opnieuw laten horen of zien
- (ov) tot het einde toe spelen
- (ov) iets door veelvuldig bespelen bederven en onbruikbaar maken
- (refl) zich ~: gebeuren, plaatsvinden
Voorbeelden van "afspelen" in een zin
- Hij speelde een hele mooie CD voor ons af.
- Dat muziekstuk werd niet tot het einde toe afgespeeld.
- Die piano was door het vele gebruik helemaal afgespeeld.
- Dit verhaal speelde zich in de negentiende eeuw af.
- Het drama dat zich in Turkije had afgespeeld, was logischerwijze de basis van Jeroens ineenstorting.
Vertalingen
Engelsplay, finish, wear out
Fransjouer, jouer jusqu'au bout, user
Duitsabspielen, abspielen, abspielen
Spaansponer, tocar, gastar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek