afspiegeling

vrouwelijk (de)/ˈɑfspiɣəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afbeelding van iets
    De getuige gaf geen juiste afspiegeling van wat er was gebeurd.
    Haar zwakke en deprimerende ‘oké’ was een lichte afspiegeling van de apathische toestand waarin ze zich ineens bevond.

Etymologie

* van afspiegelen

Vertalingen

Engelsreflection
Fransréflexion
DuitsWiderspiegelung
Spaansreflexión
Zweedsåterspegling