woorden
boek
Start
›
A
›
afsplitsing
afsplitsing
vrouwelijk (de)
/ˈɑfsplɪtsɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
afscheiding
Vooral in de protestantse kerken kent men een rijke geschiedenis van afsplitsingen.
Etymologie
* van afsplitsen
Verwante woorden
afspan
afspande
afspanen
afspannen
afspanning
afspanningen
afspant
afspat
afspatiëren
afspatiëring
afspatte
afspatten
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← afsplitsende
afsplitsingen →