afstaan
/ˈɑfstan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uit handen gevenHij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel.
- (inerg) ~ van: zich op een afstand bevindenHebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?Hij vertrouwde er blijkbaar niet op dat de bescherming van zijn afstaande oren echt werkte.
Uitdrukkingen
- ver afstaan van iets
Vertalingen
Spaansceder
Italiaanscedere
Poolsodstapić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek