afstandschot

onzijdig (het)/ˈɑfstɑntˌsxɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vanaf grote afstand schieten van de bal op het doel
    De regerend wereldkampioen wint met 2-1 dankzij een late goal van Mats Hummels. Even daarvoor had Vladimir Darida de Tsjechen nog met een mooi afstandschot op gelijke hoogte gebracht.
    Na de eerste speelronde staan alle teams in deze poule nog op gelijke hoogte, want Stade Rennes en FK Krasnodar (waar ex-Feyenoorder Tonny Vilhena in de basis begon) speelden gelijk in het ‘duel der CL-debutanten. Na een rake penalty van Sehrou Guirassy tekende Cristian Ramírez met een heerlijk afstandschot voor de gelijkmaker en daarmee ook de 1-1 eindstand.
  2. het afvuren van een vuurwapen op grote afstand van het doel