afsteek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het afscheiden door middel van een steekwerktuig
    De belangrijkste bron van inkomsten voor Benthuizen in deze tijd was dan ook de afsteek van turf.
  2. een wegafslag
    Na de afsteek kunt u vanaf hier de hoofdroute weer volgen.
  3. het doen ontbranden van iets
    Dit gebeurde na de afsteek van deze oven.